vaargeul
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvarɣøl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een relatief smalle strook in een groter water die geschikt is om te bevarenDe botsing was ontstaan doordat het kleine schip de vaargeul niet had opgemerkt.
- een strook bevaarbaar water tussen twee zandbankenBij eb werd de vaargeul bijzonder smal, maar gelukkig waren de zandbanken goed zichtbaar.
Vertalingen
Engelschannel, channel
Franschenal, couloir
DuitsFahrrinne, Fahrtrinne, Fahrrinne
Spaansespacio o camino abierto
Deenssejlløb, sejlrende, sejlløb
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek