vaalheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bleek en kleurloos zijn”Bibel und Literatur um 1800” van Daniel Weidner richt zich op de wijze waarop men in de literatuur rond 1800 met de Bijbel omging. Dat is dus de tijd van verlichting en rationalisme, van culturele bloei en van kerkelijke vaalheid. Reformatorisch Dagblad Dr. H. J. Selderhuis 10-12-2011 [https://www.rd.nl/boeken/rubriek-prof-selderhuis-belangstelling-voor-het-boek-der-boeken-1.643166 Rubriek prof. Selderhuis: Belangstelling voor het Boek der boeken]Het is een meditatieve tentoonstelling waar, juist omdat het onderwerp en het kader elke keer hetzelfde zijn, je ogen en je geest de ruimte krijgen om de verschillen tussen dag en nacht, ruw en rustig weer, kleur en vaalheid te ervaren. Aan de horizon is geen dag hetzelfde. NRC Tracy Metz 3 december 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/12/03/een-jaar-lang-fotograferen-bewijst-het-de-horizon-1443719-a1233108 Eén jaar lang fotograferen bewijst het: de horizon is elke dag anders]
Etymologie
* afleiding van vaal
Vertalingen
Engelssallowness, paleness, dullness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek