grauwheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het grauw, grijs, monotoon en saai zijnMet zijn broer Mich zong hij elke aflevering over de grauwheid van de maandag die komen zou.de Standaard 9 DECEMBER 2017Twee dagen met mooie berichten uit Twekkelerveld. Het zet je aan het denken: Twekkelerveld, de wijk met het zo dorpse karakter, waar kunstenaars de grauwheid doorbreken en verstandelijke gehandicapten zorgen dat boeken gelezen (kunnen) worden, hartstikke leuk. Hoewel... Iets past er niet in het plaatje.Tubantia 26-AUGUSTUS-2010
Etymologie
* afleideing van grauw
Vertalingen
Engelsgrayness, monotony, gloom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek