uitwerpselen

/ˈœytwɛrᵊpsələ(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vaste uitgescheiden afvalstoffen van een mens of dier
    Het was tenslotte erg smerig om menselijke uitwerpselen te zien liggen met wapperend WC papier erop.

Etymologie

**[2] in de betekenis van ‘ontlasting’ aangetroffen vanaf 1704

Vertalingen

Engelsexcrement