uitsmijter

mannelijk (de)/ˈœytsmɛitər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die vervelende mensen weert uit een uitgaansgelegenheid
    De stevig gebouwde uitsmijter hoefde alleen maar aanwezig te zijn om de rust te handhaven.
  2. voeding (voeding) een lunchgerecht bestaande uit boterhammen, spiegeleieren en ham
    Na de lange wandeling smaakte de uitsmijter uitstekend.

Etymologie

* van uitsmijten