buitenwipper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die hinderlijke personen weert uit een uitgaansgelegenheid
    Als kind of als discoganger gedraag je je vanzelf een stuk gedisciplineerder bij een deftige onthaalmoeder of tegenover een ernstige buitenwipper, dunkt me.Rascha Peper NRC 21 juni 2004

Etymologie

*Samenstellende afleiding van buiten en de stam van wippen