uitroep

mannelijk (de)/ˈœytrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wat men uitroept, luid geuite woorden of klanken
    Op het heuglijke nieuws liet ze een uitroep van vreugde.

Vertalingen

Engelsexclamation
Fransexclamation
Spaansexclamación