uitroep
mannelijk (de)/ˈœytrup/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat men uitroept, luid geuite woorden of klankenOp het heuglijke nieuws liet ze een uitroep van vreugde.
Vertalingen
Engelsexclamation
Fransexclamation
Spaansexclamación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek