uitredding

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een redding uit een netelige situatie
    Nee, hij moest juist de andere kant op, zijn enige uitredding lag nog daarin dat hij zich terugworstelde, terug naar het ruimere water van de filosofie.
    Toen het uitgesloten bleek om beide grootmachten tegelijk goedgunstig te houden besloot hij, uit wanhoop vermetel geworden, uitredding te zoeken in de kunst van het dubbelspel.

Etymologie

* afleiding van uitredden