soelaas

onzijdig (het)/suˈlas/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vertroosting, verbetering
    De ventilator bood nauwelijk soelaas voor de vreselijke hitte in de klas.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vertroosting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287