uitgestrekt

/ˈœytxəˌstrɛkt/

Betekenis

werkwoord
  1. in tijd of plaats zeer uitgebreid, met een groot oppervlakte, met een grote tijdsspanne
    Er waren geen uitgestrekte zandvlaktes met golvende duinen zoals in de Afrikaanse Sahara.

Etymologie

* , op te vatten als

Vertalingen

Engelsextensive, spacious, vast
Fransétendu
Spaansamplio, profundo, vasto