uitdunnen
/ˈœydʏnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) geleidelijk minder bezet rakenTen gevolge van de principes gevolgd in de herbouw is de stadsbevolking toch aanzienlijk uitgedund.
- (ov) dunner bezet makenZe zijn bezig het bos uit te dunnen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek