uitdagen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iemand met woord of daad tot actie prikkelenSmalend daagde hij zijn tegenstander uit tot een partijtje armpjedrukken.Hij ging altijd in discussie en kon met een stevige stelling mensen goed uitdagen.Hij keek de man van toi nu recht aan. Daagde hem met zijn blik uit om een weerwoord te geven.
- (ov) provoceren, uit de tent lokkenDaag me nu niet uit!
Vertalingen
Engelschallenge
Fransdéfier, provoquer
Duitsherausfordern, provozieren
Spaansdesafiar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek