uitdrijving
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het wegjagen of verjagen m.n. van boze geestenPater Amorth heeft als exorcist ongeveer veertigduizend uitdrijvingen gedaan, volgens de oude regels van het Rituale Romanum uit 1614. NRC 20 oktober 1998
Etymologie
* van uitdrijven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek