uilskuiken

onzijdig (het)/ˈœylskœykə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het jong van een uil
  2. (fig.) iemand die heel erg dom is
    Een ander, van dien zelven aart, op een tijd dat'et dapper gevroren had, door de Stad Gent gaande, viel, door de gladdigheid, plotzelijck op zijn Neers neer. Een Uils-kuiken, die't zag, zei tot hem, in't bystaan veeler omstanders, dat hy gevallen was, om dat de straat geen plompe Boerenschoenen verdragen kon.