twijg
mannelijk/vrouwelijk (de)/twɛix/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dun buigzaam takje van een boom of struikManden kunnen ook van twijgen gevlochten worden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘tak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1336
Vertalingen
Engelstwig
Fransrameau, brindille
DuitsZweig
Spaansramita
Italiaansramoscello
Russischветочка
Japans小枝
Zweedskvist
Deenskvist
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek