tweehonderdtachtig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərˈtɑxtəx/

Betekenis

telwoord
  1. "280", het getal tussen tweehonderdnegenenzeventig en tweehonderdeenentachtig, tweehonderd plus tachtig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderdtachtig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdtachtig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 280 is aangeduid
    Als jij tweehonderdtachtig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 280 eenheden
    Die tweehonderdtachtig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-quatre-vingts
Duitszweihundertachtzig
Italiaansduecentottanta