tweehonderdentachtig
/ˌtwehɔndərtɛnˈtɑxtəx/
Betekenis
telwoord
- "280", langere vorm van tweehonderdtachtig, tweehonderd plus tachtig
- om een hoeveelheid aan te gevenDe inzameling heeft tweehonderdentachtig euro en vijftig cent opgebracht.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenDe hoofdprijs van de verloting valt op lot tweehonderdentachtig.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek