tweehonderddertig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərˈdɛrtəx/

Betekenis

telwoord
  1. "230", het getal tussen tweehonderdnegenentwintig en tweehonderdeenendertig, tweehonderd plus dertig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderddertig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderddertig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 230 is aangeduid
    Als jij tweehonderddertig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 230 eenheden
    Die tweehonderddertig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-trente
Duitszweihundertdreißig
Italiaansduecentotrenta