tweehonderd
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtwehɔndərt/
Betekenis
telwoord
- "200", het getal tussen honderdnegenennegentig en tweehonderdeen, twee maal honderd
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen tweehonderd euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenWe logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderd van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 200 is aangeduidAls jij tweehonderd opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
- groep van 200 eenhedenDie tweehonderd kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.
Etymologie
* , voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Fransdeux-cents
Duitszweihundert
Italiaansduecento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek