trust
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) het (illegaal) samenwerken van bedrijven met het doel een monopoliepositie te krijgen
- (juridisch) beheersvorm waarbij de beheerder handelt als eigenaar
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vorm van bedrijfsconcentratie’ voor het eerst aangetroffen in 1896
Vertalingen
Spaanstrust
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek