trustee

mannelijk (de)/trʏsˈtiː/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beheerder, vertrouwenspersoon
    De overheidscommissaris wordt langzaam vervangen door een trustee, die de belangen van de staat behartigt. Zo'n persoon kun je veel meer bevoegdheden geven, aldus Dijsselbloem.
    We zijn, zegt hij, op aarde als ”trustee” (beheerder). Je moet beheren wat de doden hebben nagelaten voor het welzijn van de ongeborenen, en dat geldt niet alleen voor het menselijke, maar ook voor het natuurlijke kapitaal.

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelstrustee