truck

mannelijk (de)/tryk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) vrachtauto waarvan de aanhangwagen op een draaibaar onderstel zit
  2. verkeer (verkeer) het zelfrijdende deel van een vrachtwagen-opleggercombinatie
  3. verkeer (verkeer) open vrachtwagen

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vrachtwagen’ voor het eerst aangetroffen in 1931

Vertalingen

Engelsarticulated lorry, trailer truck, truck
Franscamion-remorque, camion à plateforme
DuitsLastwagen, Truck, Sattelschlepper
Spaanscamión, camion à plateforme