truc
mannelijk (de)/tryk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een handeling om op een slimme manier een doel te bereikenDe regering heeft heel wat trucs moeten uithalen om een sluitende begroting voor te kunnen leggen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘handigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1540
Vertalingen
Engelstrick
Franstour, truc
DuitsTrick
Spaanstruco
Italiaanstrucco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek