trouwbreuk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de belofte van huwelijkstrouw niet nakomen door een seksuele relatie aan te knopen met iemand anders
    Zijn vertwijfeling over de misleiding door de zwarte zwaan spat van zijn gezicht, waardoor hij wegens trouwbreuk de betovering van de witte zwaan niet kan breken.Volkskrant Annette Embrechts 17 december 2009
  2. niet nakomen van een belofte in het algemeen

Vertalingen

Engelsadultery, faithlessness, unfaithfulness