troostbrief
mannelijk (de)/ˈtros(t)brif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- brief waarmee de schrijver probeert de geadresseerde te ondersteunen in moeilijke omstandighedenIk probeer Mirjam een troostbrief van onze vriend André uit te leggen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek