troonsbestijging
vrouwelijk (de)/ˈtronzbəˌstɛiɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanvaarding van vorstelijke macht, met de daarbij horende ceremonieEn nadat zij nog wat gepraat hadden over de troonsbestijging van koning Milan en de grote gevolgen, die dit zou kunnen hebben, gingen zij na de tweede bel uiteen en zochten hun eigen coupé weer op.Eigenlijk was het de bedoeling dat de koning al een jaar na zijn troonsbestijging in 2013 het door zijn moeder verlaten Huis ten Bosch zou betrekken. Maar het komt er pas nu van doordat de renovatie van dit woonpaleis, met een vloeroppervlak van bijna 9000 vierkante meter, jaren langer duurde dan gepland en ook veel meer kostte dan begroot (63,1 miljoen euro in plaats van 35 miljoen euro).
Vertalingen
Engelsenthronement, coronation
Fransintronisation, couronnement
DuitsInthronisation, Krönung
Spaansentronización, coronación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek