kroning

vrouwelijk (de)/ˈkronɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ceremonie waarbij een kroon op het hoofd van een vorst, meestal een keizer of koning, wordt geplaatst
    De kroning is in Nederland vervangen door de "inhulding".

Etymologie

* van kronen

Vertalingen

Engelscoronation
Franscouronnement
DuitsKrönung
Spaansconsagración real, coronación
Portugeescoroação
Zweedskröning
Deenskroning