troonrede
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtronredə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jaarlijkse toespraak in de Ridderzaal namens de regering, waarin de beleidsvoornemens voor het komende jaar worden verwoordVrijheid en veiligheid zijn kwetsbaar," zei koning Willem Alexander aan het begin van de troonrede.De hoogbejaarde monarch kampt sinds oktober, toen ze kort in het ziekenhuis werd opgenomen, met een broze gezondheid en mobiliteitsproblemen. Sindsdien heeft ze verschillende afspraken moeten afzeggen of digitaal vanuit huis bijgewoond. Vorige week liet ze nog verstek gaan bij haar troonrede.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek