trojka

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtrɔjka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. licht Russisch rijtuig met drie paarden bespannen
    'n Landeigenaar stapte in oude tijden, wanneer hem de lust bekroop, in z'n trojka en maakte een rondrit langs zijn pachters.
  2. nummer van paardendressuur
  3. figuurlijk, politiek (figuurlijk), (politiek) politieke leiding die bestaat uit drie (rechts-)personen
    De zogenoemde trojka van deskundigen keert de komende dagen terug naar Griekenland om te praten over de stand van zaken bij de noodzakelijke hervormingen
  4. dans, folklore (dans) (folklore) bepaalde Russische volksdans
    Net als Tarantino in ‘Inglourious Basterds’ en ‘Once Upon A Time In Hollywood’ voert Vaughn een reeks historische figuren op, maar herschrijft hij de geschiedkundige context. Het verschil: kiest Tarantino ervoor om Hitler genadeloos aan flarden te knallen, dan laat Vaughn Rasputin de trojka dansen tijdens het zwaardvechten.

Etymologie

**[3] in de betekenis van ‘driemanschap’ aangetroffen vanaf 1952