driemanschap

onzijdig (het)/ˈdrimɑnˌsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek leiderschap dat uit drie gelijkwaardige personen bestaat
    Gijsbert Karel van Hoogendorp, Leopold graaf van Limburg Sti­rum en Adam Frans Julius Armand baron van der Duyn van Maasdam vormden in de jaren 1810-1815 een driemanschap dat een belangrijke rol gespeeld heeft bij de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van drie en man

Vertalingen

Spaanstriunvirato