trofee
vrouwelijk (de)/troˈfe/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- duurzaam voorwerp dat na een overwinning als symbool daarvan aan de winnaar wordt uitgereiktHet Nederlands elftal heeft voor de vijfde keer op rij de trofee gewonnen.De vreugde op de Nederlandse bank was uitzinnig. Waar iedereen sprong, bleef coach Ilse DeLange met de handen voor haar ogen zitten. Ongeloof won het nog van de vreugde. Laurence was al snel weer bij zijn positieven en nam de trofee in ontvangst met de woorden: ‘To Music first. Always.’ Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 [https://www.tubantia.nl/dossier-duncan-wint-songfestival/duncan-doet-waar-nederland-na-44-jaar-naar-smachtte~afc527e7/ Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte]
Etymologie
*van "trophée", in de betekenis van ‘zegeteken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1597
Vertalingen
Engelstrophy
Franstrophée
DuitsTrophäe
Spaanstrofeo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek