troffel

mannelijk (de)/ˈtrɔfəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een driekantige platte schep met handvat voor het opbrengen van metselspecie

Etymologie

* In de betekenis van ‘metselaarsgereedschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1557

Vertalingen

Engelstrowel
Franstruelle
DuitsMaurerkelle
Spaansllana
Italiaanscazzuola
Russischкельма
Poolskielnia
Zweedsmurslev