triptiek

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drieluik
  2. juridisch (juridisch) uit drie delen bestaand document

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'triptychon' -> 'ptuchè' (vouw)

Vertalingen

Franstriptyque
Spaanstríptico