triplex

onzijdig (het)/ˈtriplɛks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) compositieplaat betaande uit 3 laagjes gelijmd hout in verschillende vezelrichtingen

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse 'plex'

Vertalingen

Engelsplywood
Franscontreplaqué
DuitsSperrholz
Spaanscontrachapado