triplex
onzijdig (het)/ˈtriplɛks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) compositieplaat betaande uit 3 laagjes gelijmd hout in verschillende vezelrichtingen
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse 'plex'
Vertalingen
Engelsplywood
Franscontreplaqué
DuitsSperrholz
Spaanscontrachapado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek