tricotage
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het machinaal vervaardigen van gebreide stoffenIn opdracht van de gemeente heeft het bedrijf Kunstwacht een wandmozaïek van de Oldenzaalse kunstenaar Jan Schoenaker gedemonteerd in het pand van de voormalige tricotage/confectiefabriek Oltri aan de Parallelstraat.
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelsknitted garment
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek