tricot
mannelijk (de)/triˈko/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sporttruiHeracles Almelo speelt volgend seizoen in een klassiek zwart-wit gestreept shirt. Dat heeft de club deze vrijdag bekendgemaakt. Het huidige thuisshirt bevat enkele blauwe details, die verdwijnen volgend seizoen. Ook krijgt het nieuwe thuisshirt meer zwarte en witte banen dan het huidige tricot. Het nieuwe uitshirt is overwegend blauw, de kleur van de stad Almelo. Tubantia 16-11-18 [https://www.tubantia.nl/heracles/dit-zijn-het-nieuwe-thuis-en-uitshirt-van-heracles-almelo~aed23f14/ Dit zijn het nieuwe thuis- en uitshirt van Heracles Almelo]
- wielrennerstrui als herkenningsteken of als ereteken voor een winnaarVeldrijder Pim Ronhaar heeft de wereldbekercross van Koksijde gewonnen. De Europees kampioen kwam solo aan en boekte zo in het Vlaamse duinzand zjjn eerste grote zege in het tricot van Europees kampioen. Tubantia Roy Schriemer 25-11-18 [https://www.tubantia.nl/sport/ronhaar-wint-wereldbekercross-koksijde~a66fd591/ Ronhaar wint wereldbekercross Koksijde]
- [3] gebreide stof
Etymologie
* uit het Frans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek