triade
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drie personen of zaken die bij elkaar horen
- (religie) drie goden of goddelijke personen
- (scheikunde) drie elementen van het periodiek systeem die bij elkaar horen
- (psychologie) een driehoeksrelatie
- een Chinese criminele organisatie
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'trias' (2e nv. triados) (het getal drie, drietal)
Vertalingen
Engelstriad
Franstriade
DuitsTriade
Spaanstríada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek