tri

onzijdig (het)/tri/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, verkorting, afkorting (scheikunde), (verkorting), (afkorting) de afkorting voor trichlooretheen, een chemisch stof met ontvettende eigenschappen
zelfstandig naamwoord
  1. verkorting, afkorting (verkorting), (afkorting) de afkorting voor trieerkast, een kast met vakjes

Etymologie

* In de betekenis van ‘oplosmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936