tri
onzijdig (het)/tri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (verkorting), (afkorting) de afkorting voor trichlooretheen, een chemisch stof met ontvettende eigenschappen
zelfstandig naamwoord
- (verkorting), (afkorting) de afkorting voor trieerkast, een kast met vakjes
Etymologie
* In de betekenis van ‘oplosmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek