treures

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bepaalde cultivar van de es ( (Pendula)) met hangende takken en bladeren
    Vaak zocht hij zijn heil bij een treur-es op een begraafplaats in Benschop. Vanuit die boom overzag hij de weilanden, de boomgaarden en de grienden en zag hij hoe de boeren en hun knechten het zware werk op het land verrichtten.