treurbeuk

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) beuk met neerhangende takken
    De randvoorwaarden in de motie behelsen, behalve het behoud van de villa, onder meer het laten staan van de treurbeuk en het onderbrengen van maatschappelijke functies in het pand.
    Om de hoek aan de brede gracht zijn de treurwilgen lichtgroen gekleurd door het jonge blad. In een tuin bij het voormalige busstation pronkt een andere boom met afhangend blad: de minder bekende treurbeuk.