treinroof

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een overval op een trein met als doel de lading te stelen
    Gordon Goody, het brein achter de grote treinroof in 1963 in Groot-Brittannië, is vrijdag op 86-jarige leeftijd overleden. Volgens Britse media overleed Goody in zijn huis in de Spaanse badplaats Mojácar, waar hij al meer dan dertig jaar woonde.de Telegraaf 29 jan. 2016
    In onze glazen koepel ontbreekt het ons aan niets, drankjes en snacks worden de hele dag door geserveerd en het treinteam vertelt de ene anekdote na de andere. Bijvoorbeeld over de Amerikaanse treinrover Billy Miner, volgens de overlevering de bedenker van 'hands up'. In 1904 was hij verantwoordelijk voor de eerste treinroof van Canada, wat de oude boef duizenden dollars opleverde.de Telegraaf KARIN RUS 29 okt. 2013

Vertalingen

Engelstrain robbery