treinraam

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opening in de wand van een treinwagon waardoor men naar buiten kan kijken
    De trein komt plotsklaps schokkend tot stilstand. Het treinraampje verandert in een verstild Amerikaans landschap: maisvelden tot aan de einder en een rode boerenschuur.
    Een man die gistermiddag in Groot-Brittannië zwaargewond werd aangetroffen in een trein, heeft waarschijnlijk zijn hoofd uit een treinraampje gestoken en is geraakt door een tegemoetkomende trein.