transept

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) deel van een kerkgebouw dat er een kruisvorm aan geeft
    Het transept komt uit de gotische stijl, maar werd ook later toegepast.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels of Frans transept, ontleend aan middeleeuws Latijn trānsēptum, afgeleid van saeptum .

Vertalingen

Engelstransept
DuitsQuerschiff, Querhaus, Transept
Spaanstransepto
Italiaanstransetto
Portugeestransepto