tramp

mannelijk (de)/trɛmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zwerver
  2. scheepvaart (scheepvaart) vrachtschip op de wilde vaart (d.w.z. zonder vooraf vast reisschema)
  3. trap met de voet

Etymologie

*(vrachtschip op de wilde vaart) van het Engels