trachee

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ademhalingsbuisje bij insecten, duizendpotigen, springstaarten, spinachtigen en fluweelwormen
    En dan is daar nog de sprinkhaan (onderste plaatje). Dit insect heeft helemaal geen longen en gebruikt zogenoemde tracheeën om lucht rechtstreeks de cellen in te transporteren. De lucht verlaat het lichaam via de rug van het beestje.
  2. houtvat in planten voor het transport van water

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelswindpipe, trachea