toveraar

mannelijk (de)/ˈtovəˌrar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die doet alsof hij zou kunnen toveren
    'Reden te meer om de lonen hier onder controle te houden', zegt Marc De Vos, 'al is dat een harde boodschap wanneer de crisis is veroorzaakt door het onverantwoord beleid van enkele financiële toveraars in de VS. Nu betaalt iedereen de prijs.'

Etymologie

* van toveren