touwtrekkerij

vrouwelijk (de)/ˌtɑutrɛkəˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wedstrijdje touwtrekken
  2. een dispuut waarbij beide partijen elkaar proberen te overtuigen van hun eigen gelijk
    De arme priester die het waagt ook met protestanten om te gaan, is slechts een pion in een spel dat over zijn hoofd heen – en ten koste ervan – wordt gespeeld, touwtrekkerij over macht, tussen kerk en vorst. De rooms-katholieke kerk voelt zich bedreigd door het opkomende protestantisme, door de contrareformatie, de hugenoten ondermijnen het gezag van de kerk. Kardinaal Richelieu, eerste minister van koning Lodewijk XIII, duldt geen oppositie – allemaal factoren die ertoe leiden dat er een voorbeeld gesteld moet worden: Grandier eindigt op de brandstapel. NRC Margot Dijkgraaf 25 oktober 2016

Etymologie

* van touwtrekken

Vertalingen

Engelstug of war, tug of war