totok

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɔtɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederlands-Indië) benaming voor Nederlander in Indië zonder Indonesische voorouders
    Veel Europeanen zagen hem met zijn blonde haar, blauwe ogen en blanke huid voor een totok aan.

Etymologie

*van "totok" "volbloed"