Toto
mannelijk (de)/ˈtoto/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gokspel waarbij men de uitslag van een aantal wedstrijden poogt te raden
Etymologie
*van "Toto", in de betekenis van ‘systeem van wedden’ aangetroffen vanaf 1944
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek