torso

mannelijk (de)/ˈtɔrso/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) (beeldhouwen) vaak klassiek beeld van een lichaam met alleen aanzetten van armen en benen en zonder hoofd
    De torso van Belvédère kon in zijn fragmentarische volmaaktheid zelfs figureren in allegorieën van de Schone Kunsten als ‘de Sculptuur’.
  2. kunst (kunst) (beeldhouwen) beeld van een persoon met alleen het bovenlijf, zonder ledematen, maar met hoofd
    Er was geen spoor van protserig koper, druk bespannen wanden of draperieën, al stond op een simpel tafeltje wel een bronzen torso van Bismarck.
  3. anatomie (anatomie) lichaam afgezien van hoofd en ledematen, met de nadruk op het bovenste deel
    Hij gespt zijn riem los en trekt verscheidene overhemden en een hemd omhoog. Zijn buik en torso zijn getatoeëerd.
  4. figuurlijk (figuurlijk) werkstuk dat niet is afgemaakt
    En tenslotte is er het door Mozarts vroege einde torso gebleven Requiem.

Etymologie

*van "torso"